Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:174 ECLI:NL:HR:2013:174 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:174 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:174
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

12 juli 2013 nr. 13/00470 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X], wonende in Pakistan, domicilie gekozen hebbende te Amsterdam, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 december 2012, nr. 10/00910, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen alsmede een aanslag in de premie ingevolge de Zorgverzekeringswet.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:174 · Hoge Raad: De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en C.H.W.M. Sterk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 juli 2013 nr. 13/00470 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X], wonende in Pakistan, domicilie gekozen hebbende te Amsterdam, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 december 2012, nr. 10/00910, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen alsmede een aanslag in de premie ingevolge de Zorgverzekeringswet.

1Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd alsmede een aanslag in de premie ingevolge de Zorgverzekeringswet, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd. De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 09/5932) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

2Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en C.H.W.M. Sterk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.