ECLI:NL:HR:2013:1628 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated6 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/03627 LZ/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [verzoeker 1], 2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos. Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:1628 · Hoge Raad: Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op de voet van art. 80a lid 1 RO. De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 25 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.
Full text
6 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/03627 LZ/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [verzoeker 1], 2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos. Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak C/16/340589/FT RK 13/848 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 mei 2013; b. het arrest in de zaak 200.126.812 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op de voet van art. 80a lid 1 RO. De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 25 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 6 december 2013.