ECLI:NL:HR:2013:1616 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated6 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/01656 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KOREA TRADE AND DISTRIBUTION CENTRE B.V.,gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.L.M. van Opstal, t e g e n IMPRO HERGISWIL A.G.,gevestigd te Hergiswil, Zwitserland, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als KTDC en Impro.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:1616 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt KTDC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Impro begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 6 december 2013.
Cited Case Law
AI generatedFull text
6 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/01656 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KOREA TRADE AND DISTRIBUTION CENTRE B.V.,gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.L.M. van Opstal, t e g e n IMPRO HERGISWIL A.G.,gevestigd te Hergiswil, Zwitserland, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als KTDC en Impro.
1Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het arrest in de zaak 08/02505 ECLI:NL:HR:2010:BL8295, NJ 2010/ 275 van de Hoge Raad van 21 mei 2010; b. het arrest in de zaak 200.076.871/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 november 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 20 november 2012 heeft KTDC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen Impro is verstek verleend. De zaak is voor KTDC toegelicht door haar advocaat, alsmede door mr. B. Verheij, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt KTDC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Impro begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 6 december 2013.