Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1452 ECLI:NL:HR:2013:1452 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1452 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1452
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

29 november 2013 Nrs. 13/01743 en 13/01746 Arrest gewezen op de beroepen in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nr. AWB 11/5715 en nr. AWB 11/05714, op de verzetten van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank van 22 februari 2012 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie De beroepschriften in cassatie bevatten, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:6 Awb; ECLI:NL:HR:2013:1452 · Hoge Raad: 29 november 2013 Nrs. 13/01743 en 13/01746 Arrest gewezen op de beroepen in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nr. AWB 11/5715 en nr. AWB 11/05714, op de verzetten van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank van 22 februari 2012 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie De beroepschriften in cassatie bevatten, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.

Keywords

AI generated
artikel 6:6 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:6 Awb
Nu herstel van het verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 november 2013 Nrs. 13/01743 en 13/01746 Arrest gewezen op de beroepen in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nr. AWB 11/5715 en nr. AWB 11/05714, op de verzetten van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank van 22 februari 2012 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie De beroepschriften in cassatie bevatten, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.

Bij aangetekende brieven van 10 juli 2013 respectievelijk 4 juni 2013 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Na inwilliging van het verzoek om een gevoegde behandeling van de beroepen in cassatie heeft de griffier van de Hoge Raad, laatstelijk bij per aangetekende post verzonden brief van 23 augustus 2013, belanghebbende alsnog in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 30 augustus 2013 de gronden van de beroepen ter griffie van de Hoge Raad in te dienen. De gronden van de beroepen zijn evenwel eerst op 4 september 2013 en derhalve buiten de gestelde termijn bij de Hoge Raad ingekomen.

Nu herstel van het verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.