Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1403 ECLI:NL:HR:2013:1403 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1403 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1403
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

22 november 2013 Eerste Kamer nr. 12/05542 RM/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats], Zwitserland, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n [verweerder], zaakdoende onder de naam [A],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1403 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 november 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 november 2013 Eerste Kamer nr. 12/05542 RM/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats], Zwitserland, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n [verweerder], zaakdoende onder de naam [A],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 287399/HA ZA 10-1235 van de rechtbank Utrecht van 21 juli 2010 en 8 december 2010; b. het arrest in de zaak 200.086.830 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juni 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 11 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 november 2013.