Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:14 ECLI:NL:HR:2013:14 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:14 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:14
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

25 juni 2013 Strafkamer nr. 12/02242 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012, nummer 22/005166-10, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft schriftelijk daarop gereageerd. 2Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beoordeling van het vijfde middel 3.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 94 Sv; ECLI:NL:HR:2013:14 · Hoge Raad: 25 juni 2013 Strafkamer nr. 12/02242 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012, nummer 22/005166-10, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft schriftelijk daarop gereageerd. 2Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beoordeling van het vijfde middel 3.1.

Keywords

AI generated
art. 94 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 94 Sv
Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 28-30 vermelde gronden moet worden aangenomen dat de in het middel bedoelde voorwerpen met toepassing van art. 94 Sv zijn inbeslaggenomen, en ten aanzien van die voorwerpen geen last tot teruggave is gegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 juni 2013 Strafkamer nr. 12/02242 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012, nummer 22/005166-10, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft schriftelijk daarop gereageerd. 2Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beoordeling van het vijfde middel 3.1.

Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd een beslissing te nemen aangaande inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een Gilera Runner, een Scooter Piaggio, een laptop en een bedrag aan geld. 3.2. Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 28-30 vermelde gronden moet worden aangenomen dat de in het middel bedoelde voorwerpen met toepassing van art. 94 Sv zijn inbeslaggenomen, en ten aanzien van die voorwerpen geen last tot teruggave is gegeven. 3.3. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van die voorwerpen.

Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a, derde lid, Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (zie HR 11 september 2012, LJN BX0146, rov. 2.2.3). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G.

Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 25 juni 2013.