Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1216 ECLI:NL:HR:2013:1216 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1216 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1216
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

22 november 2013 Nr. 12/01928 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2012, nr. 10/00686, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen. Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 wegens het gebruik van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z], een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Amsterdam opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam (hierna: de heffingsambtenaar) is gehandhaafd. De Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 08/7668) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de aanslag verminderd. De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1216 · Hoge Raad: Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend. 3Beoordeling van het middel 3.1.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.2. Belanghebbende is gebruikster van de onroerende zaak, waarin zij verzorging en verpleging biedt aan ouderen die daaraan behoefte hebben. 3.1.3. Belanghebbende heeft verzocht om vermindering van de aanslag in de gebruikersbelasting voor het jaar 2006 op de voet van artikel 220f, lid 8, van de Gemeentewet omdat het deel hoogbouw van de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient dan wel in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2013:1125
15 november 2013 nr. 11/05565 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 9 november 2011, nr. BK-10/00579, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen. Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2008 vastgesteld. Aan belanghebbende is voor dat jaar wegens het gebruik krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Westland opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Westland bij in één geschrift vervatte uitspraken de beschikking en de aanslag gehandhaafd. De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 09/6232 WOZ) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2013:1126
15 november 2013 nr. 11/05566 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 9 november 2011, nr. BK-10/00580, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen. Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2008 vastgesteld. Aan belanghebbende is voor dat jaar wegens het gebruik krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Westland opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Westland bij in één geschrift vervatte uitspraken de waarde op een lager bedrag vastgesteld en de aanslag verminderd. De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 09/8910 WOZ) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 november 2013 Nr. 12/01928 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2012, nr. 10/00686, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.

1Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 wegens het gebruik van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z], een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Amsterdam opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam (hierna: de heffingsambtenaar) is gehandhaafd. De Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 08/7668) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de aanslag verminderd. De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend. 3Beoordeling van het middel 3.1.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.2. Belanghebbende is gebruikster van de onroerende zaak, waarin zij verzorging en verpleging biedt aan ouderen die daaraan behoefte hebben. 3.1.3. Belanghebbende heeft verzocht om vermindering van de aanslag in de gebruikersbelasting voor het jaar 2006 op de voet van artikel 220f, lid 8, van de Gemeentewet omdat het deel hoogbouw van de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient dan wel in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden.

Dat verzoek is door de heffingsambtenaar afgewezen. 3.1.4. De Rechtbank heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. Voor dat geval was tussen partijen niet in geschil dat de aanslag in de gebruikersbelasting tot € 11.716,46 diende te worden verminderd. 3.1.5. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd omdat het de verzorgings- en verpleegfunctie in de hoogbouw zozeer overheersend acht dat de woonfunctie daaraan ondergeschikt is en daarin opgaat. Van een deel dat in hoofdzaak tot woning dient dan wel in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden is daarom geen sprake, aldus het Hof.

Tegen dit oordeel richt zich het middel. 3.2. Het middel slaagt op grond van hetgeen is overwogen in onderdeel 3.3 van de arresten van de Hoge Raad van 15 november 2013, nrs. 11/05565 en 11/05566, ECLI:NL:HR:2013:1125 en ECLI:NL:HR:2013:1126, waarbij met name zij gewezen op hetgeen is overwogen in de onderdelen 3.3.4 en 3.3.6. 3.3. ’ s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank ten onrechte vernietigd. 4Proceskosten Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. 5Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van het Hof, bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, gelast dat de gemeente Amsterdam aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 466, gelast dat de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam aan het Hof betaalt het griffierecht ter zake van de behandeling van het hoger beroep ten bedrage van € 448, veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1416 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 944 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2013.