Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1214 ECLI:NL:HR:2013:1214 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1214 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1214
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

22 november 2013 nr. 12/01763 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 februari 2012, nr. 11/00275, betreffende een aan Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de onroerende zaakbelastingen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1214 · Hoge Raad: Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 wegens het gebruik van de onroerende zaak [A] te [Q] (hierna: de onroerende zaak), een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Veere opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Veere (hierna: de heffingsambtenaar) is verminderd. De Rechtbank te Middelburg (nr. AWB 10/439) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de aanslag verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2013:1125
15 november 2013 nr. 11/05565 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 9 november 2011, nr. BK-10/00579, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen. Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2008 vastgesteld. Aan belanghebbende is voor dat jaar wegens het gebruik krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Westland opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Westland bij in één geschrift vervatte uitspraken de beschikking en de aanslag gehandhaafd. De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 09/6232 WOZ) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2013:1126
15 november 2013 nr. 11/05566 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 9 november 2011, nr. BK-10/00580, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen. Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2008 vastgesteld. Aan belanghebbende is voor dat jaar wegens het gebruik krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Westland opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Westland bij in één geschrift vervatte uitspraken de waarde op een lager bedrag vastgesteld en de aanslag verminderd. De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 09/8910 WOZ) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 november 2013 nr. 12/01763 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 februari 2012, nr. 11/00275, betreffende een aan Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de onroerende zaakbelastingen.

1Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 wegens het gebruik van de onroerende zaak [A] te [Q] (hierna: de onroerende zaak), een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Veere opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Veere (hierna: de heffingsambtenaar) is verminderd. De Rechtbank te Middelburg (nr. AWB 10/439) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de aanslag verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 3Beoordeling van de klachten 3.1. De klachten houden in dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een aantal gedeelten van de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient dan wel in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden. Daartoe wordt met name gewezen op de intensiteit van de verzorging en verpleging die dusdanig hoog is dat de woonfunctie daaraan ondergeschikt is en daarin opgaat.

Voorts wordt betoogd dat sprake is van een zo geringe mate van zeggenschap over de eigen woonomgeving en privacy binnen die woonomgeving dat niet van ‘in hoofdzaak wonen’ kan worden gesproken. 3.2. De klachten stuiten af op hetgeen is overwogen in onderdeel 3.3 van de arresten van de Hoge Raad van 15 november 2013, nrs. 11/05565 en 11/05566, ECLI:NL:HR:2013:1125 en ECLI:NL:HR:2013:1126, waarbij met name zij gewezen op hetgeen is overwogen in de onderdelen 3.3.4 en 3.3.6. 4Proceskosten Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. 5Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1416 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2013. Van de gemeente Veere wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 466.