Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1104 ECLI:NL:HR:2013:1104 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1104 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1104
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

1 november 2013 nr. 13/04004 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2013, nrs. AWB 12/6013 tot en met AWB 12/6018, betreffende verscheidene aan belanghebbende opgelegde belastingaanslagen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 1 juli 2013. Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 14 augustus 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 Awb; ECLI:NL:HR:2013:1104 · Hoge Raad: Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 12 augustus 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 augustus 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Keywords

AI generated
artikel 6:7 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 Awb
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 12 augustus 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 november 2013 nr. 13/04004 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2013, nrs. AWB 12/6013 tot en met AWB 12/6018, betreffende verscheidene aan belanghebbende opgelegde belastingaanslagen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 1 juli 2013. Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 14 augustus 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.

Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 12 augustus 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 augustus 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2013.