Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1056 ECLI:NL:HR:2013:1056 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1056 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1056
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

25 oktober 2013 nr. 13/02357 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] ltd te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 2 april 2013, nr. SGR 12/4682, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 4 juli 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna de brief per gewone post naar het door belanghebbende opgegeven adres is verzonden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1056 · Hoge Raad: Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 6 augustus 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en de brief per gewone post is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 oktober 2013 nr. 13/02357 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] ltd te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 2 april 2013, nr. SGR 12/4682, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 4 juli 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna de brief per gewone post naar het door belanghebbende opgegeven adres is verzonden.

Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 6 augustus 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en de brief per gewone post is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2013.