Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BY3118 ECLI:NL:HR:2012:BY3118 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY3118 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BY3118
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 395006/HA RK 11-313 van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 juni 2012. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal P. Vlas strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoekster] c.s. heeft bij brief van 19 november 2012 op dat standpunt gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY3118 · Hoge Raad: De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal P. Vlas strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoekster] c.s. heeft bij brief van 19 november 2012 op dat standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 december 2012 Eerste Kamer 12/03554 EE/EP Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoekster 2], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr. A. Ramsoedh, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst), zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s. en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 395006/HA RK 11-313 van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 juni 2012. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal P. Vlas strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoekster] c.s. heeft bij brief van 19 november 2012 op dat standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.