Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BY2641 ECLI:NL:HR:2012:BY2641 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY2641 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BY2641
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 224099/KG ZA 10-512 van de voorzieningenrechter te Breda van 23 november 2010; b. het arrest in de zaak 200.079.674 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY2641 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 december 2012 Eerste Kamer 11/04576 EE/EP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De stichting STICHTING ROSHNI/ZORG & HOOP, voorheen Stichting Ouderenzorg "Roshni", gevestigd te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n CZ ZORGKANTOOR B.V., gevestigd te Tilburg, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Roshni en CZ.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 224099/KG ZA 10-512 van de voorzieningenrechter te Breda van 23 november 2010; b. het arrest in de zaak 200.079.674 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Roshni beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. CZ heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Roshni mede door mr. E. Nijhof, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping. De advocaat van Roshni heeft bij brief van 9 november 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Roshni in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CZ begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.