Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BY2006 ECLI:NL:HR:2012:BY2006 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY2006 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BY2006
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikkingen in de zaak FA RK 10-2329 / 362418 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 december 2010 en 18 augustus 2011; b. de beschikking in de zaak 200.097.071/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 mei 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschiking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY2006 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal M.H. Wissink heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard kan worden. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 oktober 2012 op dat standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

2 november 2012 Eerste Kamer 12/03932 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikkingen in de zaak FA RK 10-2329 / 362418 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 december 2010 en 18 augustus 2011; b. de beschikking in de zaak 200.097.071/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 mei 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschiking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal M.H. Wissink heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard kan worden. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 oktober 2012 op dat standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Advocaat-Generaal onder 6). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 november 2012.