ECLI:NL:HR:2012:BY1575 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedDe uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 18 januari 2008 - de aanvraagster ter zake van "belaging" ten aanzien van [betrokkene 1] schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Legislator headnote
AI generatedart. 457 Sv; ECLI:NL:HR:2012:BY1575 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
30 oktober 2012 Strafkamer nr. S 12/02643 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 februari 2009, nummer 23/000451-08, ingediend door: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 18 januari 2008 - de aanvraagster ter zake van "belaging" ten aanzien van [betrokkene 1] schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
2. De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.
De aanvraag houdt als grond voor herziening in dat voornoemde [betrokkene 1] "nooit tijdens het proces kenbaar heeft gemaakt dat hij werkzaam was als politiefunctionaris en op de hoogte was van alle politietechnieken" alsmede dat hij "nooit de rechter heeft medegedeeld dat hij daarnaast een toneelspeler is". 3.3. Het aangevoerde kan niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. 3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 30 oktober 2012. Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.