Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BY0791 ECLI:NL:HR:2012:BY0791 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY0791 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BY0791
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft bij vonnis van 2 maart 2001 de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 9.450,-. De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BY0791 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvraag De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een uitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan derhalve niet worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 oktober 2012 Strafkamer nr. S 12/02575 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Rotterdam van 2 maart 2001, nummer 10/022882-98, ingediend door mr. R.W. de Gruijl, advocaat te Rotterdam, namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft bij vonnis van 2 maart 2001 de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 9.450,-.

2. De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvraag De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een uitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan derhalve niet worden ontvangen.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 oktober 2012. Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.