Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX9791 ECLI:NL:HR:2012:BX9791 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX9791 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX9791
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 03/2381 van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2004; b. de arresten in de zaak 105.001.634/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 oktober 2006, 12 juni 2008, 28 april 2009, 9 februari 2010 en 7 juni 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX9791 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

30 november 2012 Eerste Kamer 11/04571 RM/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 03/2381 van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2004; b. de arresten in de zaak 105.001.634/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 oktober 2006, 12 juni 2008, 28 april 2009, 9 februari 2010 en 7 juni 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen voornoemde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.