Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX9024 ECLI:NL:HR:2012:BX9024 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX9024 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX9024
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 205707/HA ZA 09-1200 van de rechtbank Breda van 26 augustus 2009 en 12 mei 2010; b. de arresten in de zaak HD 200.078.941 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 mei 2011, 16 augustus 2011 en 8 november 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 401a lid 2 Rv; ECLI:NL:HR:2012:BX9024 · Hoge Raad: Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Bij het hiervoor genoemde arrest van 31 mei 2011 heeft de rolraadsheer van het hof akte van niet-dienen tegen [eiseres] verleend met betrekking tot de door haar te nemen memorie van grieven. Bij het arrest van 16 augustus 2011 heeft de rolraadsheer diverse processuele verzoeken van [eiseres] afgewezen, waaronder een verzoek tot het mogen bepleiten van de zaak. Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu het hof niet anders heeft bepaald, is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.

Keywords

AI generated
art. 401a lid 2 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 401a lid 2 Rv
Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 december 2012 Eerste Kamer 11/04582 DV/EP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], Israël, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. N.C. van Steijn, t e g e n R.E.M. HOLDING B.V., gevestigd te Prinsenbeek, gemeente Breda, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en REM.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 205707/HA ZA 09-1200 van de rechtbank Breda van 26 augustus 2009 en 12 mei 2010; b. de arresten in de zaak HD 200.078.941 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 mei 2011, 16 augustus 2011 en 8 november 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 31 mei 2011 en 16 augustus 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen REM is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Bij het hiervoor genoemde arrest van 31 mei 2011 heeft de rolraadsheer van het hof akte van niet-dienen tegen [eiseres] verleend met betrekking tot de door haar te nemen memorie van grieven. Bij het arrest van 16 augustus 2011 heeft de rolraadsheer diverse processuele verzoeken van [eiseres] afgewezen, waaronder een verzoek tot het mogen bepleiten van de zaak. Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu het hof niet anders heeft bepaald, is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.

4. Beslissing De Hoge Raad: verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van REM begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.