Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX8444 ECLI:NL:HR:2012:BX8444 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX8444 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX8444
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 122213/ES RK 05-20 van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2005; b. de beschikkingen in de zaak 104.004.971 (rekestnummer oud 1067/2005) van het gerechtshof te Arnhem van 16 mei 2006 (tussenbeschikking I), 26 februari 2008 (tussenbeschikking II), 3 november 2009 (tussenbeschikking III) en 1 november 2011 (eindbeschikking). De tussenbeschikkingen II en III en de eindbeschikking van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX8444 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 november 2012 Eerste Kamer 12/00569 EE/EP Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], Duitsland, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 122213/ES RK 05-20 van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2005; b. de beschikkingen in de zaak 104.004.971 (rekestnummer oud 1067/2005) van het gerechtshof te Arnhem van 16 mei 2006 (tussenbeschikking I), 26 februari 2008 (tussenbeschikking II), 3 november 2009 (tussenbeschikking III) en 1 november 2011 (eindbeschikking). De tussenbeschikkingen II en III en de eindbeschikking van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de tussenbeschikkingen II en III en de eindbeschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.