Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX8442 ECLI:NL:HR:2012:BX8442 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX8442 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX8442
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 369522 CV EXPL 09-847 van de kantonrechter te Zutphen van 25 januari 2010; b. het arrest in de zaak 200.069.166 van het gerechtshof te Arnhem van 24 mei 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX8442 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

30 november 2012 Eerste Kamer 11/04183 EE/EP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering, t e g e n 1. de vennootschap onder firma INTERPLISSÉ, gevestigd te Aalten, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen, 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. A. van Staden ten Brink, 3. [Verweerder 3], 4. [Verweerder 4], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders als [verweerder 2] en Interplissé c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 369522 CV EXPL 09-847 van de kantonrechter te Zutphen van 25 januari 2010; b. het arrest in de zaak 200.069.166 van het gerechtshof te Arnhem van 24 mei 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder 2] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen Interplissé c.s. is verstek verleend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 2] begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van Interplissé c.s. op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.