ECLI:NL:HR:2012:BX6713 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 90624/FA RK 11-3516 van de rechtbank Assen van 29 december 2011 en de beschikking in de zaak 90218/FA RK 11-3279 van de rechtbank Assen van 11 januari 2012; b. de beschikking in de zaak 200.101.174 van het gerechtshof te Leeuwarden van 6 maart 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
Legislator headnote
AI generatedart. 426a lid 1 Rv; ECLI:NL:HR:2012:BX6713 · Hoge Raad: 7 september 2012 Eerste Kamer 12/02800 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
7 september 2012 Eerste Kamer 12/02800 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 90624/FA RK 11-3516 van de rechtbank Assen van 29 december 2011 en de beschikking in de zaak 90218/FA RK 11-3279 van de rechtbank Assen van 11 januari 2012; b. de beschikking in de zaak 200.101.174 van het gerechtshof te Leeuwarden van 6 maart 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoekster in haar cassatieverzoek.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep [Verzoekster] heeft bij verzoekschrift van 6 juni 2012 beroep in cassatie ingesteld, op de laatste dag van de termijn. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door de advocaat die [verzoekster] heeft bijgestaan bij het hof. Dit gebrek kon binnen twee weken hersteld worden door de indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad (HR 10 juli 2009, LJN BI0773, NJ 2010/212). Op 20 juni 2012 heeft [verzoekster] een nieuw exemplaar van het verzoekschrift ingediend. Dit vermeldt weliswaar de naam van een advocaat bij de Hoge Raad, maar is niet door deze ondertekend. [Verzoekster] dient derhalve niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep te worden verklaard.
4. Beslissing De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 7 september 2012.