Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX5639 ECLI:NL:HR:2012:BX5639 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX5639 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX5639
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 280779/HA ZA 07-308 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 april 2008, 14 januari 2009 en 17 juni 2009; b. de arresten in de zaak 200.040.792/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 december 2009 en 22 februari 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX5639 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 22 februari 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Rabobank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 september 2012 Eerste Kamer 11/02660 DV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen, t e g e n COÖPERATIEVE RABOBANK OOSTERSCHELDE U.A., gevestigd te Goes, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mrs. R.A.A. Duk en P.A. Ruig, thans mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Rabobank.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 280779/HA ZA 07-308 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 april 2008, 14 januari 2009 en 17 juni 2009; b. de arresten in de zaak 200.040.792/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 december 2009 en 22 februari 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 22 februari 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Rabobank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Rabobank begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 september 2012.