Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX5638 ECLI:NL:HR:2012:BX5638 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX5638 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX5638
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 300634 HA ZA 08-365 van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam, van 6 februari 2008; b. het arrest in de zaak 105.007.775/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX5638 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 oktober 2012 Eerste Kamer 11/02851 DV/EP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], Canada, 3. RAMPART CAPITAL CORP, gevestigd te West Vancouver, Canada, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Veiligheid en Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaten: mr. K. Teuben en mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 300634 HA ZA 08-365 van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam, van 6 februari 2008; b. het arrest in de zaak 105.007.775/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 26 juli 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 oktober 2012.