Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BX4295 ECLI:NL:HR:2012:BX4295 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX4295 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BX4295
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BX4295 · Hoge Raad: Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel betoogt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt op de grond dat een aantal getuigen is gehoord door één van de leden van het Hof als Raadsheer-Commissaris zonder dat de verdachte daarmee heeft ingestemd, terwijl de Raadsheer-Commissaris nadien aan het onderzoek ter terechtzitting heeft deelgenomen. 2.2. Op grond van art. 316, tweede lid, Sv, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, is de rechtbank bevoegd om, indien het openbaar ministerie en de verdachte daarmee instemmen, de voorzitter of een der rechters die over de zaak oordelen, als rechter-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van getuigen of deskundigen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 september 2012 Strafkamer nr. S 11/03941 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 20 december 2010, nummer 21/003157-08, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel betoogt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt op de grond dat een aantal getuigen is gehoord door één van de leden van het Hof als Raadsheer-Commissaris zonder dat de verdachte daarmee heeft ingestemd, terwijl de Raadsheer-Commissaris nadien aan het onderzoek ter terechtzitting heeft deelgenomen. 2.2. Op grond van art. 316, tweede lid, Sv, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, is de rechtbank bevoegd om, indien het openbaar ministerie en de verdachte daarmee instemmen, de voorzitter of een der rechters die over de zaak oordelen, als rechter-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van getuigen of deskundigen.

Deze kan vervolgens - behoudens in het in voormeld artikellid genoemde geval - aan het verdere onderzoek ter terechtzitting deelnemen. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat die instemming stilzwijgend kan worden gegeven en dat zij kan worden afgeleid uit de proceshouding die partijen hebben aangenomen na de aanwijzing van de rechter-commissaris. 2.3. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2009 waar de behandeling van de zaak na het tussenarrest van 6 april 2009 is voortgezet noch enig ander tot het strafdossier behorend stuk iets inhoudt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door of namens de verdachte niet is ingestemd met de in dat tussenarrest vervatte aanwijzing, klaagt het middel tevergeefs dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt. 2.4.

Het middel faalt.

3. Beoordeling van de overige middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 11 september 2012.