Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW9980 ECLI:NL:HR:2012:BW9980 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW9980 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW9980
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging indien de Politierechter destijds bekend zou zijn geweest met de omstandigheid dat de onder parketnummer 13/650114-11 aangebrachte zaak was geseponeerd.

Legislator headnote

AI generated

art. 468 Sv; ECLI:NL:HR:2012:BW9980 · Hoge Raad: De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging indien de Politierechter destijds bekend zou zijn geweest met de omstandigheid dat de onder parketnummer 13/650114-11 aangebrachte zaak was geseponeerd.

Keywords

AI generated
art. 468 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 468 Sv
De aanvrage is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

3 juli 2012 Strafkamer nr. S 11/03219 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 14 april 2011, nummer 13/027147-11, ingediend door mr. Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, namens: [Aanvrager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging indien de Politierechter destijds bekend zou zijn geweest met de omstandigheid dat de onder parketnummer 13/650114-11 aangebrachte zaak was geseponeerd.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal 3.1. De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage zal afwijzen. 3.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van een nadat de conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen nog ingekomen schrijven van de raadsman van de aanvrager, gedateerd 6 juni 2012.

4. Beoordeling van de aanvrage Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden kan de door de aanvrager gestelde omstandigheid niet worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen.

5. Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 3 juli 2012.