Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW9240 ECLI:NL:HR:2012:BW9240 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW9240 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW9240
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 294406/HA ZA 07-2789 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 december 2007 en 6 augustus 2008; b. de arresten in de zaak 200.018.410/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 april 2010 (tussenarrest) en 30 november 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW9240 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 september 2012 Eerste Kamer 11/02504 EE/DH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], handelend onder de naam [A], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. L.C. Blok, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën), zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. R.T. Wiegerink. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 294406/HA ZA 07-2789 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 december 2007 en 6 augustus 2008; b. de arresten in de zaak 200.018.410/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 april 2010 (tussenarrest) en 30 november 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 2.428,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is vastgesteld op 30 augustus 2012 en gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.