Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW9228 ECLI:NL:HR:2012:BW9228 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW9228 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW9228
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 246124/HA ZA 05-2124 van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 oktober 2005, 16 augustus 2006, 7 maart 2007 en 7 mei 2008; b. het arrest in de zaak 200.016.333/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW9228 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de curator is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 29 juni 2012 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

7 september 2012 Eerste Kamer 10/05441 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, EISER tot cassatie, advocaat: mr. E.C. Kerkhoven, t e g e n mr. Franciscus Jozef Hubert SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Cistron Internet Services B.V., gevestigd te Alphen aan den Rijn, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 246124/HA ZA 05-2124 van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 oktober 2005, 16 augustus 2006, 7 maart 2007 en 7 mei 2008; b. het arrest in de zaak 200.016.333/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de curator is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 29 juni 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 7 september 2012.