Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW8300 ECLI:NL:HR:2012:BW8300 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW8300 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW8300
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 612449/06-19083 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 11 april 2007 en 12 maart 2008; b. de arresten in de zaak 200.015.971/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010 (tussenarrest) en 7 december 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW8300 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10 augustus 2012 Eerste Kamer 11/02853 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. T. Venneman, t e g e n STICHTING EXPLOITATIE MUZIEKCENTRUM EN DANSTHEATER DEN HAAG, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en SEM.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 612449/06-19083 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 11 april 2007 en 12 maart 2008; b. de arresten in de zaak 200.015.971/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010 (tussenarrest) en 7 december 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. SEM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SEM begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 10 augustus 2012.