Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW5327 ECLI:NL:HR:2012:BW5327 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW5327 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW5327
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 191079/ HA ZA 09-1844 van de rechtbank Arnhem van 16 december 2009 en 10 maart 2010; b. het arrest in de zaak 200.068.582 van het gerechtshof te Arnhem van 28 december 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW5327 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 juni 2012 Eerste Kamer 11/00927 DV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ROMULUS PROPERTY X B.V., gevestigd te Ubbergen, EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Romulus en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 191079/ HA ZA 09-1844 van de rechtbank Arnhem van 16 december 2009 en 10 maart 2010; b. het arrest in de zaak 200.068.582 van het gerechtshof te Arnhem van 28 december 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Romulus beroep in cassatie ingesteld. [Verweerder] heeft incidenteel cassatiebroep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Romulus toegelicht door haar advocaat en mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad. Namens [verweerder] is de zaak toegelicht door mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat te Nijmegen. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale en incidentele beroep.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt Romulus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.840,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Romulus begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.