ECLI:NL:HR:2012:BW5198 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedDe beslissing waarvan herziening is gevraagd De Rechtbank heeft de in het vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 8 september 2009 vermelde vervangende jeugddetentie van een jaar, in de plaats waarvan bij dat vonnis de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige van een jaar werd opgelegd, alsnog opgelegd voor de duur van vijf maanden en tevens de tenuitvoerlegging van die straf gelast.
Legislator headnote
AI generatedart. 77p Sr; ECLI:NL:HR:2012:BW5198 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage 3.1. Art. 457, eerste lid, Sv, luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt: "Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd: 1°. (...) 2°. (...) 3°. (...)" 3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat een op art. 77wc in verbinding met art. 77p Sr steunende rechterlijke beslissing, als waarvan te dezen sprake is, niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
8 mei 2012 Strafkamer nr. S 12/00793 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een beslissing van de Rechtbank te Utrecht van 29 november 2011, nummer 16/512076-09, ingediend door N. Hendriksen, advocaat te Purmerend, namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.
1. De beslissing waarvan herziening is gevraagd De Rechtbank heeft de in het vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 8 september 2009 vermelde vervangende jeugddetentie van een jaar, in de plaats waarvan bij dat vonnis de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige van een jaar werd opgelegd, alsnog opgelegd voor de duur van vijf maanden en tevens de tenuitvoerlegging van die straf gelast.
2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Art. 457, eerste lid, Sv, luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt: "Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd: 1°. (...) 2°. (...) 3°. (...)" 3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat een op art. 77wc in verbinding met art. 77p Sr steunende rechterlijke beslissing, als waarvan te dezen sprake is, niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 8 mei 2012.