Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW4005 ECLI:NL:HR:2012:BW4005 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW4005 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW4005
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 127402/HA ZA 05-957 van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2005 en 16 augustus 2006; b. de arresten in de zaak 104.002.701 van het gerechtshof te Arnhem van 29 april 2008, 8 december 2009 (tussenarresten) en 14 september 2010 (eindarrest). De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW4005 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 juni 2012 Eerste Kamer 11/01108 EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk, EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 127402/HA ZA 05-957 van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2005 en 16 augustus 2006; b. de arresten in de zaak 104.002.701 van het gerechtshof te Arnhem van 29 april 2008, 8 december 2009 (tussenarresten) en 14 september 2010 (eindarrest). De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de vrouw is verstek verleend. De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 15 juni 2012.