Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BW1732 ECLI:NL:HR:2012:BW1732 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW1732 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BW1732
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 330615/ HA ZA 05-3413 van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2006, 13 april 2006, 13 juni 2007, 17 december 2008 en 3 juni 2009; b. het arrest in de zaak 200.038.563/01 van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 april 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BW1732 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen in het principale beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 juni 2012 Eerste Kamer 10/04955 TT/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. M.A.R. Schuckinck Kool, t e g e n DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. R.S. Meijer. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Delta Lloyd.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 330615/ HA ZA 05-3413 van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2006, 13 april 2006, 13 juni 2007, 17 december 2008 en 3 juni 2009; b. het arrest in de zaak 200.038.563/01 van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 april 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Delta Lloyd heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Delta Lloyd mede door mr. M.M. Stolp, advocaat te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot buiten behandeling laten van het incidenteel beroep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 april 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Delta Lloyd begroot op € 5.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.