Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BV6484 ECLI:NL:HR:2012:BV6484 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BV6484 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BV6484
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak met nummers 234507 JE RK 11-738 en 234524 JE RK 11-742 van de rechtbank Breda van 31 mei 2011; b. de beschikking in de zaak 200.088.837/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 september 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 8 EVRM; ECLI:NL:HR:2012:BV6484 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging, en tot verwijzing van de zaak.

Keywords

AI generated
art. 8 EVRM

Cited Legislation

AI generated
art. 8 EVRM

Cited Case Law

AI generated
NJ 2011/596
HR 14 oktober 2011, LJN BR5151, NJ 2011/596).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 april 2012 Eerste Kamer 11/05365 EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], België, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en Jeugdzorg.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak met nummers 234507 JE RK 11-738 en 234524 JE RK 11-742 van de rechtbank Breda van 31 mei 2011; b. de beschikking in de zaak 200.088.837/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 september 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging, en tot verwijzing van de zaak.

3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en [de vader] zijn twee kinderen geboren. [Kind 1] is geboren op [geboortedatum] 2001 en [kind 2] op [geboortedatum] 2002. Beide ouders hebben het gezag over de minderjarigen. De minderjarigen zijn sinds 22 september 2010 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg. 3.2 Bij beschikking van 31 mei 2011 heeft de rechtbank een machtiging verleend aan Jeugdzorg om de minderjarigen met ingang van 27 mei 2011 tot het einde van de ondertoezichtstelling, doch uiterlijk tot 22 juni 2011 uit huis te plaatsen in een "verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uur".

De moeder heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen. Het hof heeft in zijn beschikking van 8 september 2011 dit verzoek afgewezen en heeft daartoe het volgende overwogen. "3.4.4. Het hof is van oordeel dat de moeder geen belang meer heeft bij het ingestelde hoger beroep, nu de termijn waarvoor de machtiging uithuisplaatsing was verleend ten tijde van de mondelinge behandeling bij het hof reeds was verstreken." 3.3 Het middel, dat opkomt tegen dit oordeel van het hof, is terecht voorgesteld. In een geval als het onderhavige, waarin een ouder opkomt tegen een uithuisplaatsing van minderjarige kinderen, heeft deze ouder, gelet op het door art. 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het gezinsleven, een rechtens relevant belang erbij om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen, en behoort aan deze ouder mitsdien niet het procesbelang te worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor de maatregel gold, inmiddels is verstreken (vgl. HR 14 oktober 2011, LJN BR5151, NJ 2011/596).

De beschikking van het hof kan derhalve niet in stand blijven.

4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 september 2011; verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 20 april 2012.