Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BV3407 ECLI:NL:HR:2012:BV3407 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BV3407 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BV3407
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 110533/FA RK 11-281 van de rechtbank Leeuwarden van 18 februari 2011; b. de beschikking in de zaak 387886/FA RK 11-1389 van de rechtbank Leeuwarden, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage van 8 april 2011; c. de beschikkingen in de zaak 200.085.983 van het gerechtshof te Leeuwarden van 17 mei 2011 (tussenbeschikking) en 9 september 2011 (eindbeschikking). De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BV3407 · Hoge Raad: 23 maart 2012 Eerste Kamer 11/04460 EE/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE CENTRALE AUTORITEIT (als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990, Stb. 202), gevestigd te 's-Gravenhage, mede optredend namens [de moeder], wonende te [woonplaats], Duitsland VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de Centrale Autoriteit en de moeder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 maart 2012 Eerste Kamer 11/04460 EE/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE CENTRALE AUTORITEIT (als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990, Stb. 202), gevestigd te 's-Gravenhage, mede optredend namens [de moeder], wonende te [woonplaats], Duitsland VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de Centrale Autoriteit en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 110533/FA RK 11-281 van de rechtbank Leeuwarden van 18 februari 2011; b. de beschikking in de zaak 387886/FA RK 11-1389 van de rechtbank Leeuwarden, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage van 8 april 2011; c. de beschikkingen in de zaak 200.085.983 van het gerechtshof te Leeuwarden van 17 mei 2011 (tussenbeschikking) en 9 september 2011 (eindbeschikking). De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Centrale Autoriteit en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 maart 2012.