Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BV1762 ECLI:NL:HR:2012:BV1762 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BV1762 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BV1762
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

16 maart 2012 Eerste Kamer 10/05103 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. mr. D. STEFFENS q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het in het faillissement van [betrokkene 1], kantoorhoudende te Utrecht, EISERS tot cassatie, advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink, t e g e n [Verweerster], (voorheen genaamd [A] B.V.), gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster] 1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 200906/HA ZA 05-1909 van de rechtbank Utrecht van 7 december 2005 en 6 september 2006; b. het arrest in de zaak 104.003.192 van het gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BV1762 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

16 maart 2012 Eerste Kamer 10/05103 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. mr. D. STEFFENS q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het in het faillissement van [betrokkene 1], kantoorhoudende te Utrecht, EISERS tot cassatie, advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink, t e g e n [Verweerster], (voorheen genaamd [A] B.V.), gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster] 1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 200906/HA ZA 05-1909 van de rechtbank Utrecht van 7 december 2005 en 6 september 2006; b. het arrest in de zaak 104.003.192 van het gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. A. Knigge, advocaat te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 februari 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 maart 2012.