Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU9901 ECLI:NL:HR:2012:BU9901 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU9901 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU9901
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 71009/HA ZA 04-114 van de rechtbank Alkmaar van 23 juni 2004 en 22 juni 2005; b. de arresten in de zaak 106.003.839/02 (rolnummer oud 05/1970) van het gerechtshof te Amsterdam van 20 september 2007, 13 april 2010, 13 juli 2010 (tussenarresten) en 18 januari 2011 (eindarrest). Het tussenarrest van 13 april 2010 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU9901 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 februari 2012 Eerste Kamer 11/01014 EE/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel, t e g e n STICHTING TRUSTEE ILIAS, gevestigd te Alkmaar, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Ilias.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 71009/HA ZA 04-114 van de rechtbank Alkmaar van 23 juni 2004 en 22 juni 2005; b. de arresten in de zaak 106.003.839/02 (rolnummer oud 05/1970) van het gerechtshof te Amsterdam van 20 september 2007, 13 april 2010, 13 juli 2010 (tussenarresten) en 18 januari 2011 (eindarrest). Het tussenarrest van 13 april 2010 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het tussenarrest van 13 april 2010 en het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Ilias heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. J. Mencke, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ilias begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.