Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU9892 ECLI:NL:HR:2012:BU9892 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU9892 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU9892
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 112103/HA ZA 06-652 van de rechtbank Maastricht van 9 mei 2007, 24 oktober 2007 en 21 november 2007; b. het arrest in de zaak HD 200.005.108 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 juni 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU9892 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 februari 2012 Eerste Kamer 10/04472 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering, t e g e n 1. De erfgenamen van wijlen [betrokkene 1], a. [verweerster 1a], wonende te [woonplaats] b. [verweerster 1b], wonende te [woonplaats], c. [verweerder 1c], wonende te [woonplaats], d. [verweerster 1d], wonende te [woonplaats], België, 2. [Verweerster 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerster 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verweerster 4], wonende te [woonplaats], 5. [Verweerster 5], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiseres] en de erfgenamen.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 112103/HA ZA 06-652 van de rechtbank Maastricht van 9 mei 2007, 24 oktober 2007 en 21 november 2007; b. het arrest in de zaak HD 200.005.108 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 juni 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De erfgenamen hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 januari 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.