Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU7333 ECLI:NL:HR:2012:BU7333 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU7333 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU7333
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.S. Douma, advocaat te Rijswijk, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU7333 · Hoge Raad: Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt dat het Hof niet gemotiveerd heeft beslist op een ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2010 gevoerd verweer dat wat betreft het onder 10 tenlastegelegde feit geen sprake is van een criminele organisatie. 2.2. Ten laste van de verdachte is onder 10 bewezenverklaard dat: "hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 21 mei 2007 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en anderen) welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het op bedrijfsmatige wijze telen en verkopen van grote hoeveelheden hennep, als bedoeld in artikel 11 derde en/of vijfde lid van de Opiumwet." 2.3.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1999/60
HR 30 juni 1998, LJN ZC8329, NJ 1999/60).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

7 februari 2012 Strafkamer nr. S 11/00102 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 april 2010, nummer 22/000787-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.S. Douma, advocaat te Rijswijk, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt dat het Hof niet gemotiveerd heeft beslist op een ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2010 gevoerd verweer dat wat betreft het onder 10 tenlastegelegde feit geen sprake is van een criminele organisatie. 2.2. Ten laste van de verdachte is onder 10 bewezenverklaard dat: "hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 21 mei 2007 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en anderen) welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het op bedrijfsmatige wijze telen en verkopen van grote hoeveelheden hennep, als bedoeld in artikel 11 derde en/of vijfde lid van de Opiumwet." 2.3.

Het middel mist feitelijke grondslag, aangezien het proces-verbaal van die terechtzitting noch de op die terechtzitting van het Hof overgelegde pleitnota inhoudt dat een dergelijk verweer aldaar is gevoerd. Het enkele in hoger beroep in algemene termen handhaven van "in primo ingenomen stellingen ten aanzien van het niet bestaan van een criminele organisatie" als weergegeven in de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota welke aan het proces-verbaal van die terechtzitting is gehecht, kan niet gelden als een uitdrukkelijke herhaling van een eerste aanleg gevoerd verweer waarop het Hof had dienen te beslissen (vgl. HR 30 juni 1998, LJN ZC8329, NJ 1999/60).

3. Beoordeling van het tweede middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 7 februari 2012.