Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU5743 ECLI:NL:HR:2012:BU5743 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU5743 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU5743
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met insolventienummer 11/491 F van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 juli 2011; b. het arrest in de zaak 200.090.571/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU5743 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Ontvanger heeft verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 december 2011 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 januari 2012 Eerste Kamer 11/03857 EV/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/HOLLAND-MIDDEN, kantoorhoudende te Leiden, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk en mr. R.T. Wiegerink. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Ontvanger.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met insolventienummer 11/491 F van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 juli 2011; b. het arrest in de zaak 200.090.571/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Ontvanger heeft verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 december 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 januari 2012.