Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU5615 ECLI:NL:HR:2012:BU5615 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU5615 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU5615
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 212344/H 01.0090 van de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2003 en 30 maart 2005; b. de arresten in de zaak (rolnummer oud 1315/05) 106.003.234/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 november 2007 (tussenarrest) en 13 april 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU5615 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10 februari 2012 Eerste Kamer 10/03462 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende op de Filippijnen, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, t e g e n DEXIA NEDERLAND B.V. (als rechtsopvolgster van Dexia Bank Nederland N.V.), gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Dexia.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 212344/H 01.0090 van de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2003 en 30 maart 2005; b. de arresten in de zaak (rolnummer oud 1315/05) 106.003.234/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 november 2007 (tussenarrest) en 13 april 2010 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Dexia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor Dexia door mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk en mr. R.L.M.M. Tan, advocaten te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 6.261,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 10 februari 2012.