Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU3997 ECLI:NL:HR:2012:BU3997 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU3997 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU3997
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - (de Hoge Raad leest:) behoudens wat betreft de beslissingen inzake de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel - bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht van 22 januari 2009, waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake van "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" tot een gevangenisstraf van vijf jaren. Het Hof heeft omtrent de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] beslist zoals in het bestreden arrest is weergegeven.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU3997 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 januari 2012 Strafkamer nr. S 11/01054 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2010, nummer 22/000515-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Midden Holland, locatie Haarlem" te Haarlem.

1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - (de Hoge Raad leest:) behoudens wat betreft de beslissingen inzake de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel - bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht van 22 januari 2009, waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake van "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" tot een gevangenisstraf van vijf jaren. Het Hof heeft omtrent de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] beslist zoals in het bestreden arrest is weergegeven.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.J.W.F. Deen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het Hof het vonnis wat betreft de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de oplegging ten behoeve van de benadeelde partij van een schadevergoedingsmaatregel heeft bevestigd, dat de Hoge Raad het vonnis van de Rechtbank in zoverre vernietigt en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 januari 2012.