Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BU3774 ECLI:NL:HR:2012:BU3774 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU3774 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BU3774
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 261651/HA ZA 06-906 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 juli 2006, 28 februari 2007 en 21 november 2007; b. het arrest in de zaak 105.007.514/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BU3774 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Ter rolle van 13 augustus 2010 is de zaak ten aanzien van [eiser 1] op diens verzoek geroyeerd. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres 2] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiseres 2] heeft bij brief van 17 november 2011 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 januari 2012 Eerste Kamer 10/02357 EE/RA Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiseres 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.A.U. Juchter van Bergen Quast, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en [eiseres 2] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 261651/HA ZA 06-906 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 juli 2006, 28 februari 2007 en 21 november 2007; b. het arrest in de zaak 105.007.514/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Ter rolle van 13 augustus 2010 is de zaak ten aanzien van [eiser 1] op diens verzoek geroyeerd. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres 2] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiseres 2] heeft bij brief van 17 november 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 januari 2012.