Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2012:BP4954 ECLI:NL:HR:2012:BP4954 AI generated

ECLI:NL:HR:2012:BP4954 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2012:BP4954
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 214258/KG ZA 10-40 van de rechtbank Breda van 17 februari 2010; b. het arrest in de zaak 200.058.051 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 402 lid 2 Rv, art. 339 lid 2 Rv; ECLI:NL:HR:2012:BP4954 · Hoge Raad: Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep [Eiser] heeft bij dagvaarding van 23 november 2010 cassatieberoep ingesteld tegen het onder 1 genoemde arrest van het hof van 24 augustus 2010. Aangezien het hier een procedure in kort geding betreft, bedroeg de cassatietermijn ingevolge art. 402 lid 2 Rv. in verbinding met art. 339 lid 2 Rv. acht weken, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. In het onderhavige geval verstreek die termijn op 19 oktober 2010. Het cassatieberoep is dus na afloop van de cassatietermijn ingesteld, zodat [eiser] in zijn beroep niet kan worden ontvangen.

Keywords

AI generated
art. 402 lid 2 Rv art. 339 lid 2 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 402 lid 2 Rv
Aangezien het hier een procedure in kort geding betreft, bedroeg de cassatietermijn ingevolge art. 402 lid 2 Rv.
art. 339 lid 2 Rv
in verbinding met art. 339 lid 2 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 april 2012 Eerste Kamer 11/00154 EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. J.D. Boetje en mr. B.J. Oort, thans mr. A. Orhan, t e g e n Mr. L.H.A.M. ANDRIESSEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Keuken Kwaliteits Groep B.V., kantoorhoudende te Breda, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 214258/KG ZA 10-40 van de rechtbank Breda van 17 februari 2010; b. het arrest in de zaak 200.058.051 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 augustus 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de curator is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in het door hem ingestelde cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep [Eiser] heeft bij dagvaarding van 23 november 2010 cassatieberoep ingesteld tegen het onder 1 genoemde arrest van het hof van 24 augustus 2010. Aangezien het hier een procedure in kort geding betreft, bedroeg de cassatietermijn ingevolge art. 402 lid 2 Rv. in verbinding met art. 339 lid 2 Rv. acht weken, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. In het onderhavige geval verstreek die termijn op 19 oktober 2010. Het cassatieberoep is dus na afloop van de cassatietermijn ingesteld, zodat [eiser] in zijn beroep niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing De Hoge Raad: verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 20 april 2012.