Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT8820 ECLI:NL:HR:2011:BT8820 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT8820 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT8820
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 154950/HA ZA 07-692 van de rechtbank Arnhem van 18 juli 2007 en 9 juli 2008; b. het arrest in de zaak 200.016.842 van het gerechtshof te Arnhem van 27 oktober 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT8820 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 oktober 2011 Eerste Kamer 10/00504 RM/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: MIJWO BEHEER B.V., gevestigd te Vleuten, EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Verweerster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. VENTURE KAPITAAL FONDS II B.V., gevestigd te Groningen, VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, advocaat: mr. R.A.A. Duk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Mijwo en de aandeelhouders.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 154950/HA ZA 07-692 van de rechtbank Arnhem van 18 juli 2007 en 9 juli 2008; b. het arrest in de zaak 200.016.842 van het gerechtshof te Arnhem van 27 oktober 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Mijwo beroep in cassatie ingesteld. De aandeelhouders hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Mijwo toegelicht door haar advocaat, alsmede door mr. M.M. Stolp en mr. Y.A. Wehrmeijer, advocaten bij de Hoge Raad, en voor de aandeelhouders namens hun advocaat door mr. M. Ynzonides en mr. M. Haentjens, beiden advocaat te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt Mijwo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de aandeelhouders begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels, W.D.H. Asser en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 oktober 2011.