Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT7597 ECLI:NL:HR:2011:BT7597 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT7597 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT7597
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 162721 / HA ZA 01-2281 van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2001; b. de arresten in de zaak 105.000.484/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2004 (tussenarrest), 16 maart 2006 (tussenarrest), en 23 maart 2010 (eindarrest). De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT7597 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 december 2011 Eerste Kamer 10/02785 TT/RA Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], voorheen de maatschap [A], handelende onder de naam [B], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons, t e g e n [Verweerster], in liquidatie, gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 162721 / HA ZA 01-2281 van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2001; b. de arresten in de zaak 105.000.484/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2004 (tussenarrest), 16 maart 2006 (tussenarrest), en 23 maart 2010 (eindarrest). De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 16 december 2004 en 23 maart 2010 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 12 oktober 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.