Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT7571 ECLI:NL:HR:2011:BT7571 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT7571 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT7571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 798137/08-25687 van de kantonrechter, rechtbank 's-Gravenhage van 12 maart 2009; b. de arresten in de zaak 200.035.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009 en 7 december 2010. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 407 lid 1 Rv; ECLI:NL:HR:2011:BT7571 · Hoge Raad: Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid De Gemeente heeft bij dit geding inleidende dagvaarding gevorderd [verzoeker], kort gezegd, te veroordelen tot betaling van een geldbedrag. Nu [verzoeker] van het vonnis van de kantonrechter, waarin de vordering van de Gemeente is toegewezen, bij dagvaarding in hoger beroep is gegaan en het hof bij arrest uitspraak heeft gedaan, had [verzoeker], ingevolge art. 407 lid 1 Rv., het beroep in cassatie bij dagvaarding dienen in te stellen. De Hoge Raad zal als volgt beslissen.

Keywords

AI generated
art. 407 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 407 lid 1 Rv
Nu [verzoeker] van het vonnis van de kantonrechter, waarin de vordering van de Gemeente is toegewezen, bij dagvaarding in hoger beroep is gegaan en het hof bij arrest uitspraak heeft gedaan, had [verzoeker], ingevolge art. 407 lid 1 Rv., het beroep in cassatie bij dagvaarding dienen in te stellen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 oktober 2011 Eerste Kamer 11/01100 EV Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: [verzoeker], t e g e n DE GEMEENTE DEN HAAG, zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 798137/08-25687 van de kantonrechter, rechtbank 's-Gravenhage van 12 maart 2009; b. de arresten in de zaak 200.035.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009 en 7 december 2010. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 7 december 2010 heeft [verzoeker] bij verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal .M. Wesseling-van Gent strekt ertoe dat de Hoge Raad beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, voorts een roldatum bepaalt en [verzoeker] beveelt de Gemeente tegen die datum op te roepen bij een exploot dat aan alle vereisten voldoet.

3. Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid De Gemeente heeft bij dit geding inleidende dagvaarding gevorderd [verzoeker], kort gezegd, te veroordelen tot betaling van een geldbedrag. Nu [verzoeker] van het vonnis van de kantonrechter, waarin de vordering van de Gemeente is toegewezen, bij dagvaarding in hoger beroep is gegaan en het hof bij arrest uitspraak heeft gedaan, had [verzoeker], ingevolge art. 407 lid 1 Rv., het beroep in cassatie bij dagvaarding dienen in te stellen. De Hoge Raad zal als volgt beslissen.

4. Beslissing De Hoge Raad: beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure; bepaalt dat de zaak zal worden uitgeroepen ter rolzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer van 11 november 2011; beveelt [verzoeker] om de Gemeente bij exploot, met inachtneming van de voor dagvaarding in cassatie geldende vormvoorschriften, aan te zeggen dat de zaak op die zitting van de Hoge Raad zal worden uitgeroepen, en haar daarbij het verzoekschrift in cassatie en de onderhavige beschikking te doen betekenen. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.C. van Oven als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 oktober 2011.