Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT7188 ECLI:NL:HR:2011:BT7188 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT7188 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT7188
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 773357\RL EXPL 08-17454 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 20 mei 2009; b. het arrest in de zaak 200.036.529/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 juli 2010 en de beslissing van het hof op de voet van art. 32 Rv. van 15 maart 2011. Het arrest en voornoemde beslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 32 Rv; ECLI:NL:HR:2011:BT7188 · Hoge Raad: het vonnis in de zaak 773357\RL EXPL 08-17454 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 20 mei 2009; b. het arrest in de zaak 200.036.529/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 juli 2010 en de beslissing van het hof op de voet van art. 32 Rv. van 15 maart 2011. Het arrest en voornoemde beslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Keywords

AI generated
art. 32 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 32 Rv
het arrest in de zaak 200.036.529/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 juli 2010 en de beslissing van het hof op de voet van art. 32 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 december 2011 Eerste Kamer 11/02492 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 773357\RL EXPL 08-17454 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 20 mei 2009; b. het arrest in de zaak 200.036.529/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 juli 2010 en de beslissing van het hof op de voet van art. 32 Rv. van 15 maart 2011. Het arrest en voornoemde beslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beslissing van het hof van 15 maart 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en de herstelexploten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Tegen [verweerder] is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiseres] heeft op 21 oktober 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.