Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT2194 ECLI:NL:HR:2011:BT2194 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT2194 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT2194
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikkingen in de zaak 263610 FA RK 06-2294 van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 december 2003, 13 oktober 2006 en 11 juli 2007; b. de beschikkingen in de zaken 105.012.013/01 en 105.012.014/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 december 2008, 22 juli 2009 en 7 juli 2010. De beschikking van 7 juli 2010 is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT2194 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 oktober 2011 Eerste Kamer 10/04361 EV/LZ Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. C.I. Zaad, t e g e n [De vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikkingen in de zaak 263610 FA RK 06-2294 van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 december 2003, 13 oktober 2006 en 11 juli 2007; b. de beschikkingen in de zaken 105.012.013/01 en 105.012.014/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 december 2008, 22 juli 2009 en 7 juli 2010. De beschikking van 7 juli 2010 is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van 7 juli 2010 van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 oktober 2011.