Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT1796 ECLI:NL:HR:2011:BT1796 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT1796 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT1796
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT1796 · Hoge Raad: Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2004/376
HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376, rov 3.7).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 november 2011 Strafkamer nr. 10/02858 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 14 juni 2010, nummer 24/001594-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1976, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het tweede middel 2.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een namens de verdachte gedaan beroep op bewijsuitsluiting. 2.2. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnotities heeft de raadsman van de verdachte aldaar het volgende aangevoerd: "Onder cliënte zijn tijdens meerdere doorzoekingen veel spullen inbeslaggenomen. Namens de verdediging is ten aanzien van de doorzoeking van 20 februari 2009 aangevoerd dat de resultaten van die doorzoeking niet als bewijs mogen worden gebezigd, omdat die doorzoeking zonder machtiging en aldus onrechtmatig heeft plaatsgevonden." 2.3.

Vooropgesteld wordt dat indien materiaal ten aanzien waarvan een beroep is gedaan op bewijsuitsluiting door de rechter niet voor het bewijs wordt gebezigd, de verdachte geen belang heeft bij de bespreking van zijn tot bewijsuitsluiting strekkende verweer (vgl. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376, rov 3.7). 2.4. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat door de raadsman in hoger beroep niet is aangegeven welk materiaal door de gestelde onrechtmatigheden zou zijn verkregen en dat ook in het cassatiemiddel niet is aangegeven op welk door het Hof gebezigd bewijsmateriaal het verweer het oog had, is het middel tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren M.A. Loth en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 1 november 2011.