Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BT1672 ECLI:NL:HR:2011:BT1672 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BT1672 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BT1672
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met bevestiging van het vonnis van de Rechtbank in zoverre - de verdachte ter zake van een aantal misdrijven veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

Legislator headnote

AI generated

art. 94 Sv; ECLI:NL:HR:2011:BT1672 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel 3.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.700,-. 3.2. Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5-7 gegeven gronden moet worden aangenomen dat met toepassing van art. 94 Sv een geldbedrag van € 2.700,- inbeslaggenomen is alsook dat ten aanzien daarvan nog geen last tot teruggave is gegeven. 3.3. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van dit inbeslaggenomen geldbedrag. Het middel klaagt hierover terecht.

Keywords

AI generated
art. 94 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 94 Sv
Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5-7 gegeven gronden moet worden aangenomen dat met toepassing van art. 94 Sv een geldbedrag van € 2.700,- inbeslaggenomen is alsook dat ten aanzien daarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 november 2011 Strafkamer nr. 10/01256 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 maart 2010, nummer 20/003218-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met bevestiging van het vonnis van de Rechtbank in zoverre - de verdachte ter zake van een aantal misdrijven veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.700,-. 3.2. Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5-7 gegeven gronden moet worden aangenomen dat met toepassing van art. 94 Sv een geldbedrag van € 2.700,- inbeslaggenomen is alsook dat ten aanzien daarvan nog geen last tot teruggave is gegeven. 3.3. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van dit inbeslaggenomen geldbedrag. Het middel klaagt hierover terecht.

4. Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.700,-; wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan; verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 1 november 2011.