Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BR0635 ECLI:NL:HR:2011:BR0635 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BR0635 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BR0635
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De procedure 1.1 Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Derde kamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 10/02327. Bij brief van 1 juni 2011 is aan de gemachtigde van verzoeker meegedeeld dat op 10 juni 2011 ter terechtzitting de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman. 1.2 Bij op 28 juni 2011 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden van de Hoge Raad en van de waarnemend griffier.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BR0635 · Hoge Raad: Nr. 10/02327 Hoge Raad der Nederlanden Beslissing van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van een verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door X te Z (Oostenrijk), verder te noemen verzoeker.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 10/02327 Hoge Raad der Nederlanden Beslissing van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van een verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door X te Z (Oostenrijk), verder te noemen verzoeker.

1. De procedure 1.1 Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Derde kamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 10/02327. Bij brief van 1 juni 2011 is aan de gemachtigde van verzoeker meegedeeld dat op 10 juni 2011 ter terechtzitting de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman. 1.2 Bij op 28 juni 2011 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden van de Hoge Raad en van de waarnemend griffier.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak uitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat reeds uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, dient verzoeker in zijn verzoek met betrekking tot die zaak niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.